God

Zestien

Zondagochtend. Half negen. Ik lig wakker in mijn bed, na een avond stevig drinken. Hopelijk hoef ik vandaag niet mee naar de kerk. Helaas, ik hoor mijn moeder de trap op komen en weet al hoe laat het is. Ze doet zingend de deur open en deelt vrolijk mee dat we toch echt gaan. Hiep hiep hoera, denk ik bij mezelf. Er is niets tegenin te brengen en ik leg me er maar bij neer. Naar de kerk gaan was deel van ons wekelijkse ritueel, en voor mij is het altijd heel normaal geweest. Er wordt gebeden voor het eten, en op zondag gaan we naar de kerk. Punt. Dat was ook min of meer alles wat we thuis aan het geloof deden, maar heeft mijn leven wel degelijk beïnvloed. Tot in mijn pubertijd geloofde ik dan ook wezenlijk in een God.  Dat duurde echter niet voor eeuwig.

 

Achttien

Een zwaar gevoel in mijn buik. Zenuwen. Ik sta voor de coffeeshop en probeer de moed op te brengen om naar binnen te gaan. Ik durf niet en loop verder. Ik vind een paaltje en blijf hier een poos zitten. Ik besluit dan toch om terug te gaan en loop weer in de richting van de coffeeshop. Deze keer ga ik wel naar binnen. Wachtend in de rij werp ik een blik op de prijslijst, negen euro voor één gram. Wanneer ik aan de beurt ben, weet ik er stotterend uit te brengen dat ik vijf gram ‘White Widow’ wil. De persoon achter de kassa vraagt om mijn identiteitskaart, kijkt er naar, en geeft hem terug. 18 jaar, de legale leeftijd om wiet te kopen. Ik krijg mijn White Widow overhandigd en reis voldaan terug naar huis. Achter de schuren van onze boerderij heb ik dan mijn eerste ervaring met de wonderlijke wereld van de softdrugs. Dat het daar niet bij zal blijven, wist ik toen nog niet.

 

Eenentwintig, deel 1

Het was weer gezellig vanavond. Ik heb veel van mijn vrienden gesproken, en het bier vloeide rijkelijk. Om half twee ‘s nachts sluit de kroeg, en na een poosje buiten te hangen fiets ik terug naar huis. Ik hou mezelf voor dat ik direct ga slapen, maar weet bij mezelf dat dat een leugen is. Eenmaal in mijn bed beland stel ik een bezoek aan dromenland dan ook nog even uit. Ik haal een zakje tevoorschijn met een flinke hoeveelheid MDMA, beter bekend als XTC. Ik neem een vingertje en ga rustig liggen. Geen effect. Na een poos besluit ik nog een vingertje te nemen, en daarna nog een. Ik ben echter nog steeds behoorlijk onder invloed van de alcohol en val in slaap. Een poos later word ik wakker, met een gevaarlijk hoge lichaamstemperatuur en een zwaar gevoel in mijn buik dat er iets mis is. Natuurlijk heb ik veel te veel genomen. Dan hoor ik een stem, die zegt dat ik direct naar beneden moet gaan. Op dit punt ben ik ervan overtuigd dat ik een overdosis heb genomen. Ik doe mijn kleren aan, ga naar beneden, en maak mijn ouders wakker. Het is dan half vijf ‘s ochtends.


Eenentwintig, deel 2

‘Hoe voel je je?’, vraagt de vrouw aan de andere kant van de lijn. ‘Ik kook over en mijn mond is droog’, antwoord ik paniekerig. ‘Ok, pak een glas water en ga naar buiten, om af te koelen’. Ik volg haar instructies, en begin iets te kalmeren. Na een poos aan de hotline te blijven, weet de (lichtelijk geïrriteerde) vrouw me voldoende te kalmeren en hangt ze op. Gelukkig, het was maar een paniekaanval. Wel ben ik nog steeds sterk onder de invloed van de XTC, en mijn ouders staan binnen op me te wachten. Ik blijf een poos buiten zitten, een zwaar gevoel in mijn maag, en ga dan naar binnen. Nu hoor ik weer de stem, deze keer met de woorden ‘Ik ben God, de Heilige Geest, en Jezus’. De stem klinkt streng, maar vriendelijk tegelijk. Kort daarna hoor ik weer de stem, deze keer boos, bestraffend zelfs. Bekeer jezelf! Kniel! Ik doe wat me verteld wordt en kniel op de grond. Daarna sta ik op en loop naar mijn moeder. Schuldig vraag ik, “Mam, kan ik vandaag mee naar de kerk?” Mijn ouders koesteren beiden de hoop dat hun kinderen weer zullen geloven zoals zij doen, en mijn verzoek wordt met open armen ontvangen. Die ochtend fietsen we naar de kerk, en laat mijn moeder met een zucht weten: “Ik ben blij dat al mijn kinderen wel geloven!”

Fietsreis Slowakije - Polen

 

Militairen op de weg

Ik ben weer de bergen ingefietst, via een klein paadje dat aan de staat te zien niet veel gebruikt wordt. Ik trap stevig door, en er lijkt maar geen einde aan te komen. En maar zwoegen en zwoegen, de berg op, alsof je het voor je plezier doet! Gelukkig krijg ik wat afwisseling, want ik kom militairen tegen die met een stel honden bezig zijn. Ik fiets langs ze heen, en dit is ook de plek waar de weg eindelijk naar beneden gaat. Nu kom ik nog een militair tegen, die mij wel degelijk tegenhoudt. Ik verklaar mijn intenties en hij spreekt wat in zijn walkie-talkie. Nu gebaart hij dat ik verder kan gaan. Ik kom langs een mijn, waar het stikt van de militie, en zo te zien zijn ze bezig met dingen opblazen. En ja hoor, even later hoor ik een flinke klap dat inderdaad mijn punt bewijst. Helaas let ik niet goed op, want door de snelheid laat één van mijn snelbinders los. Hij komt in mijn wiel terecht en is total-loss. Ik heb er nog een over dus ga op die manier verder.  

IMG_20180530_092832.jpg

De gevaarlijke snelweg

Omdat mijn nieuwe baan over twee dagen al begint, realiseer ik me dat ik me geen omwegen meer kan veroorloven, wil ik op tijd aankomen. Ik besluit een stuk over de snelweg te fietsen om tijd in te halen. Op verscheidene stukken van deze weg zijn ze bezig met wegwerkzaamheden, en is de helft van de rijbaan afgesloten. Om het verkeer te reguleren, wordt met verkeerslichten aangegeven wie de weg op mag, de kant waar ik fiets, of de tegenliggers aan de overkant. Dit verkeerslicht staat maar een bepaalde tijd op groen, voordat hij weer op rood springt en het verkeer aan de overkant mag oversteken. Nu is deze tijd ruim voldoende voor auto’s en vrachtwagens, maar voor een fietser is het net krap zat. Ik ga helemaal vooraan in de rij in de startblokken staan, en direct wanneer het licht op groen springt, trap ik de longen uit mijn lijf. De eerste paar keer haal ik het op tijd, voordat de tegenliggers en ik op dezelfde weghelft rijden. De laatste keer dat ik het probeer haal ik het niet, want de afstand is net te lang. Ik stop met fietsen en wacht totdat de vrachtwagens en het ander verkeer gepasseerd zijn, en ga dan verder.

De nog gevaarlijkere snelweg

De wegwerkzaamheden eindigen na een tijdje en ik blijf deze weg volgen. Het gaat lekker soepel zo, ook al wordt het wel steeds drukker. Ik stop bij een tankstation om even op adem te komen, en kijk op Google Maps voor de beste manier om het Tatra gebergte over te steken. Ik zie maar twee opties, namelijk linksaf de autoweg op, of rechtsaf. Ik besluit linksaf te gaan, wat de snelste route is. Dit blijkt geen slimme beslissing te zijn. De weg wordt smaller, en er blijft nog maar één baan over aan mijn zijde, ingesloten tussen steile bergen aan de ene kant, en een rivier aan de andere. Het probleem is dat de weg zo smal is, dat vrachtwagens mij onmogelijk kunnen inhalen. Ze blijven dus achter me rijden, en kunnen er alleen af en toe langs, wanneer de afscheiding tussen ons en de tegenliggers tijdelijk ophoudt. Al snel ontwikkelt zich een file achter mij, en het enige wat ik kan doen is doorfietsen. Ik blijf me goed op de weg focussen, iets wat zeker noodzakelijk is wanneer er 10-tonners achter je liggen te grommen en er hoogstens 20 cm tussen zit wanneer ze je inhalen. Gelukkig komt er na een aantal kilometer een afsplitsing van de weg, ik fiets naar beneden en kom in een rustig dorpje terecht. Ik vind een mooi plekje naast de rivier, en blijf daar een tijd zitten om tot rust te komen. Zoiets wil ik niet meer meemaken.

IMG_20180530_161408.jpg


Een persoonlijke gids

Die nacht verblijf ik in een motel, dichtbij de grens van Polen. De volgende ochtend is het mij niet helemaal duidelijk hoe ik fietsen moet, en ik vraag een tegemoetkomende fietser wat nu de juiste weg is. Natuurlijk praat ik geen Slowaaks, maar ik kan duidelijk maken dat ik naar Polen wil. Hij begrijpt het, en stelt voor om mij een eind op weg te wijzen, aangezien hij dezelfde richting uitgaat. Ik fiets met hem mee en we praten over van alles en nog wat, voordat we afscheid nemen. Ik volg de instructies die hij mij gegeven heeft om aan de grens te komen, en fiets via een klein paadje de berg op. Eigenlijk is dit niet slim, mijn nieuwe baan in Krakow begint morgen en ik moet er op tijd zijn. Ik blijf bij mijn keuze en fiets door, langzaam maar zeker. Vanwege het off-road rijden schuurt mijn fietstas telkens tegen de banden aan, en ik probeer tevergeefs deze goed te zetten. Het lukt me niet en ik word goed chagrijnig. Dan besluit ik toch terug te gaan en weer de hoofdweg te nemen, om verder tijdverlies te voorkomen. Uiteindelijk bereik ik dan toch de grens, wat een opluchting!

Tandvlees

In Polen zijn alle winkels gesloten, behalve wat kleine supermarktjes. Ik ga naar binnen om wat voedsel te kopen, en vraag waarom alles dicht zit. Het blijkt een feestdag te zijn, iets wat regelmatig voorkomt in Polen! Ik heb me sterk vergist in de afstand, en moet nog een flink eind doortrappen voordat ik in de buurt van Krakow kom. De weg leidt van links naar rechts, berg op, berg af, dorpje in, dorpje uit.  Ik trap dapper door, want ik weet dat dit het laatste stuk is. En dan, onvermijdelijk, begin ik in de buurt te komen van de stad waar ik woon. En ja hoor, daar zie ik een bord staan met de prachtige woorden ‘Krakow’. Eenmaal in de stad aangekomen ga ik op een bankje in het park zitten, en geniet van het voldane gevoel dat ik het gehaald heb. Een vriend van me, die me ook heeft uitgezwaaid in Sofia, is tot negen uur die avond in Krakow, en om acht uur ontmoet ik hem in een koffieshop. Daarna fiets ik rustig naar huis, en zit het erop!
 

Fietsreis - Bulgarije

Hoe zou jij je voelen wanneer je jouw vlucht mist? Sterker nog, hoe zou jij je voelen wanneer je twee keer jouw vlucht mist? Dit is mij overkomen toen ik naar Bulgarije wou vliegen om mijn fiets naar Polen te fietsen. De eerste keer was ik zelf te laat, de tweede keer kwam de bus naar het vliegveld niet opdagen. Gelukkig is de derde keer scheepsrecht en haalde ik mijn vlucht wel. Het beloofd wat als je van plan ben om twee weken door Oost-Europa te fietsen en je reis begint op zo’n manier. Desondanks was het een goede voorbereiding voor mijn avontuur, want het zou niet de laatste keer zijn dat mij iets dergelijks zou overkomen!

Toen ik van Sofia; Bulgarije, naar Krakow; Polen ging verhuizen, zag ik geen mogelijkheid om mijn fiets mee te nemen. Ik heb hem bij vrienden achtergelaten en hij heeft daar kunnen overwinteren. Echter begint het als Nederlander zijnde na een poosje toch te kriebelen, en ik wou mijn fiets in Krakow hebben! Gewoon de fiets per vliegtuig vervoeren was een optie geweest, maar mijn fiets heeft hoogtevrees dus besloot ik gewoon te gaan fietsen. Ik heb mijn baan opgezegd, en had ruim twee weken de tijd voordat de nieuwe baan begon. Dit bleek net krap aan te zijn, dus moest ik aardig doortrappen.

In Sofia heb ik aardig lopen stressen, omdat alles in een avond en een halfe dag geregeld moest zijn. Omdat ik ergens anders woon, heb ik niet de kans gehad om rustig mijn fiets te voorzien van alle benodigdheden die je bij een lange-afstandsreis nodig heb, dus heb ik alles opgeschreven en ter plekke aangekocht. De fietsenmaker waar ik hem toendertijd heb gekocht is erg professioneel en behulpzaam, dus daar heb ik goed van kunnen profiteren. Een nieuw zadel, achterrekje, fietstassen, en een snelle maar grondige nakijkbeurt verder en ik ben klaar om te vertrekken!

Na mijn vrienden gedag te hebben gezegd, heb ik nog gelunched met een monnik die ik in Thailand ben tegengekomen en die in Sofia op bezoek was bij een gezamelijke vriendin. Deze man weet erg veel van de wereld en heeft me wat goede adviezen meegegeven. Net de steun die ik nodig had na het hectische begin in de drukke hoofdstad van Bulgarije. Daar gaan we dan! Het valt mij altijd op hoe snel de drukte van de stad overgaat in de rust van het platteland, nadat de laatste vrachtwagenchauffeur na me toeterde ben ik een landweggetje ingeslagen en was het totale rust. Dit in sterk contrast met Nederland, waar er eigenlijk altijd wel tekenen van beschaving te vinden zijn en je overal wel mensen tegenkomt. Ik was dus in no-time in de prachtige Bulgaarse natuur en moest meteen aardig klimmen. Het stikt er van de witte vlinders langs de weg, ik heb er in mijn leven echt nog nooit zoveel bij elkaar gezien. Mooi gezicht.

Langs de weg stond een oud vrouwtje haar schapen te hoeden, en ik stopte even om een foto te maken. Ze kwam meteen na me toe lopen en begon een heel verhaal te vertellen. Gelukkig kan ik een beetje Bulgaars en ik heb begrepen dat ze me rode appels wou aanbieden. Ook liet ze me weten dat ik meer kleren aan moest doen omdat er donkere wolken aankwamen. Omdat ik geleerd heb altijd naar oude vrouwtjes te luisteren, heb ik maar mijn jas aangedaan. Natuurlijk ben ik die eerste dag meteen de verkeerde kant opgefietst, dus kon ik na gedag gezegd te hebben tegen mevrouw ook snel weer hallo zeggen. Boft zij even.

Toen ik aankwam bij mijn gastheer, Emil, die ik via een website voor fietsers heb gevonden, bood hij mij een douche aan. Die douche bestond uit twee flessen warm water, weer eens wat anders. Ik heb heerlijk gegeten en hij heeft een heel stuk van de route voor me uitgestippeld, waar ik erg van heb geprofiteerd! De volgende ochtend ben ik weer op pad gegaan, en wat een natuurgeweld! Kleine dorpjes, rivieren, bruggen, groene heuvels, echt prachtig. Je kunt je soms echt niet voorstellen hoe mooi de wereld is. Je moet er wel wat voor over hebben, want heuvels betekend klimmen, en dat heb ik ook veel gedaan. Ook moest ik een stuk over een drukke autoweg, waar ik een gloeiende hekel aan heb. Na 10 km over die weg gefietst te hebben kwam ik in de eerste stad na Sofia aan, waar een grote stuwdam is gebouwd bij een aangrenzend meer. Er zaten een paar jongens bier te drinken in een watertoren naast het meer, en wederom had ik een prachtig uitzicht!

Ik was van plan te gaan kamperen op een berg die erg bekend is in Bulgarije vanwege de fenomenale natuur. Omdat ik nog niet genoeg fenomenale natuur had gezien, leek het mij een goed plan om daar mijn kamp op te slaan. Natuurlijk vergat ik daarbij dat bergen meestal niet vlak zijn, dus moest ik weer stevig trappen. Ik was echt helemaal kapot toen ik eindelijk boven kwam, en werd daar begroet door een blaffende hond die op me af kwam rennen. Gelukkig had Emil me de vorige dag uitgelegd hoe om te gaan met minder vriendelijke honden, en heb ik zijn tactiek toegepast. Ik stapte van de fiets af, zorgde ervoor dat de fiets tussen mij en de hond instond, en trok aan het stuur zodat de fiets op een stijgerend paard leek. Tegelijk roepte ik terug naar de hond, en die schrok  flink van het schouwspel. Hij keek nog even verdwaald in het rond en liep toen terug naar waar die vandaan kwam. Mijn eerste overwinning!

Mijn eerste nacht kamperen ging me goed af, natuurlijk stikte het er van de insecten, kleine en grote, maar ik wist mijn tent goed af te sluiten en heb er s’nachts geen last van gehad. Na van het prachtige uitzicht genoten te hebben, ben ik naar het dorp gefietst om wat te eten te halen. Ik vroeg aan de verkoper in mijn beste Bulgaars om een ontbijt, en hij gaf aan dat ik kon gaan zitten. Na een half uur gezeten te hebben had ik nog niets, en ik kreeg het gevoel dat ik niet welkom was of simpelweg genegeerd werd. Ik heb toen ergens anders eten gehaald, en toen ik later weer langs de tent fietste besloot ik daar om de weg te vragen om te zien of ze hier echt zo onaardig zijn. Dat bleek niet het geval te zijn want de mensen waren erg behulpzaam. Misschien had die jongen gewoon een hekel aan toeristen.

Ik heb een heel eind gefietst in het grensgebied tussen Bulgarije en Servie, waar echt bijna niemand woont. Een heel apart gevoel om in je eentje in zo’n uitgestrekt landschap te fietsen. Af en toe kwam ik door een dorpje waar her en der nog een verdwaalde zigeuner rondliep, die ik dan de weg vroeg. Telkens Google Maps erbij halen is vreselijk irritant, en ik geef nog altijd de voorkeur om gewoon mensen te raadplegen. Iedereen in deze omgeving is erg behulpzaam, en het leek me dat de mensen  het ook niet erg vinden om een keer iemand anders te spreken dan hun gebruikelijke buren. Buiten de dorpen waren er nog mensen, nog auto’s. Het enige teken van leven, naast de ontelbare vlinders en kleine kikkers op de weg, was de grenswacht in grote jeeps, waarschijnlijk om passerende vluchtelingen tegen te houden.

Ik had me weer misgerekend in de afstand die ik moest fietsen, en om half elf s’avond was ik nog steeds niet aagekomen op de plek die ik in gedachten had. Emil had me verteld over een dorpje naast de Donau, vlakbij de grens, waar hij wel eens gekampeerd had. Maar het was al donker en het zou moeilijk worden om een goede plek uit te zoeken en dan ook nog de tent op te zetten. Toen ik bijna op de plek van bestemming was, stopte ik even langs de weg om mijn trui aan te doen, aangezien het afkoelde. Ik deed mijn trui aan, keek op, en wonder boven wonder, ik kijk daar recht tegen een bord op waarop staat: ‘Camping, Guest House, Telefoonnummer’. Ik bellen en ja hoor, iemand neemt op en hij heeft nog een kamer vrij. We spreken af in het centrum, en hij leidt mij naar zijn gasthuis, waar ik voor 15 euro een overnachting kon boeken, met warm bed en warme douche. ‘s Morgens nog een kopje koffie met hem gedronken en daar gaan we weer!

Op dit soort momenten ben ik er echt heilig van overtuigd dat wanneer je de stap neemt in het diepe, en je gelooft in jezelf en de wereld om je heen,  er altijd een uitkomst wordt aangeboden wanneer je het even moeilijk hebt. Dus twijfel niet teveel en ga ervoor!

Palestine

Palestine is a land under occupation. It consists of two parts, Gaza and the Westbank, which have been occupied by Israel for more than 50 years. While the Palestinians are trying to have a normal life, this has proved to be difficult as the wages are low, unemployment is high, riots and clashes often happen, and a feeling of injustice is shared by many. I travelled to the West Bank to see for myself.

The story of Palestine is very rich and often bloody. After World War I, the British took control over certain areas that were formerly under the Ottoman Empire. They supported a policy of Zionism, enabling huge numbers of Jewish people to settle in the land that is now known as Israel. The aim of the Zionists was to create a Jewish state, in which they succeeded after the Arab-Israeli War in 1948. The only parts left for the Palestinians were Gaza and the West Bank, which after the war of 1967, came under occupation by Israel as well, and the current borders were defined.

Because these borders are controlled by Israel, it is more difficult to enter Palestine. I visited Iran before—an enemy of Israel—and I was stopped at the airport. As I was questioned about my activities there, all of the names and phone numbers of everyone I met in Iran were written down. Luckily, the people at the border control were very friendly. They offered me a sandwich for the long wait and treated me with respect. Being honest proved to be the best approach, and after five hours I was allowed to enter.

In Palestine I was working in a hotel together with Abed*, who studied Social Services but can't find a job in this field. He told me that the salary he receives is very low, but he is working there to improve his English. He has to work six days a week with only the Friday off. The hostel is run by Abed’s family (which consists of 2,500 members), and they frequently visit. Unfortunately the owner has problems with keeping the place afloat. People barely come to the hostel because they feel scared to visit, partly due to the fact that the United States decided to make Jerusalem the capital of Israel and put the embassy there, which has sparked riots. Personally, I haven’t felt unsafe, not even once. Not to mention that all Palestinians I met were very friendly and helpful. Abed told me:

 "People have two sides: a positive and a negative. You can choose which side you want to grow yourself.”

When I met with Jamila*, a friend of mine who lives in Palestine, I was impressed with her work ethic. She's a psychologist who works long hours. She told me one specific case about a woman who came to her. The woman didn’t know what to do with her son. "When I had my baby, I didn't feel any love for him," the woman said to Jamila. She screams at her son, and she even hits him, while the father is too lazy to help. When you struggle to make ends meet, and you couple this with a difficult situation at home, negative things are bound to happen. The woman and her son will both receive counseling and will hopefully find a workable solution.

After the war in 1967, the Israelis started building settlements in occupied territories. Orthodox Jews settled here in Palestine illegally but received protection from the army. After the Jews firmly set foot on the ground, they enticed other Jewish people to join by offering certain benefits and low housing prices.

These settlers also started to occupy houses in Hebron, a city deemed holy by both Jews and Muslims. When you walk in the old city you will see checkpoints, which are heavily secured iron gates to protect the settlers from the Palestinians. There were parts where both groups lived in the same building; Palestinians on the first floor, Israeli settlers on the upper floors. Because these settlers throw garbage and other stuff on the streets below them, iron fences have been constructed above the alleyways. We walked around an abandoned part of the city, with blown-up houses, closed shops, and people aimlessly wandering around. These are tragic results of Israel's occupation of Palestine.

The settlements led to an uprising (1st intifada) of the Palestinian people against their oppressor, Israel. Because of the violent way Israel handled the situation, Hamas— classified as a terrorist organisation—became increasingly popular. In 2000, there was another uprising (2nd intifada), which led to the construction of the Apartheid Wall. This wall stretches along the borders of the West Bank.

I visited the wall and a refugee camp in Bethlehem, a touristic city close to Jerusalem. Because the wall was built on Palestinian territory, many families have been cut off from each other and most of the Palestinian inhabitants of East-Jerusalem are unable to go back to the West Bank. In the refugee camp we saw a lot of children on the streets, in a bleak, grey and mostly concrete environment. A couple of kids showed us the way to a center for children, there I received a smiley sticker from a little girl. That little girl showed me that staying positive is important when you live in a refugee camp. At the center, children can go to language classes, practice dubka (Palestina's national dance), play music, and join art classes. The center even hosts their own radio show. Here, the children can find time to be a child.

Palestine has a sizable Christian minority. When I entered a church, a young man started a conversation with me. He talked about his life; that he has to work in a stone factory because there isn't anything else available for him; that he isn't allowed in Jerusalem and hasn't been there since he was a child; and that he has to go all the way to Jordan to catch a flight, which will last several hours because of all the checkpoints. These are just some examples of ordinary people who try to live a normal life, and have to face all these hurdles to accomplish it.

In Jerusalem I met with a girl of Jewish-Arabic descent. She told me that casualties have fallen on both sides, and neither side is without blame. True, the Israelis have committed many atrocities and are still ruling Palestine with iron fists. On the other hand, they have made several offers to the Palestinians in making peace, which have been rejected every time because the Palestinians hold a rhetoric of "all or nothing".

I do not know whether this conflict will end one day, or not. It doesn't matter. The people have to change and stop these crimes against humanity. Power has to be divided over many actors, so not one person can have such consequences for a whole population. We have to stop seeing how we are different from each other, and focus on everything we have in common as human beings. Only then will there be an end to this madness.

 

*Names are changed to honor the privacy of the people I met.